Ik kan soms weken over een beslissing nadenken en ze vervolgens in drie minuten uitleggen.

En dan verbaasd zijn dat er nog vragen komen.

Het klinkt niet bijzonder slim wanneer je het zo opschrijft.

Ik besef intussen dat ik dat vroeger niet altijd goed zag. Als ik iets had uitgezocht, afgewogen en beslist, voelde dat voor mij als een afgerond verhaal. Wat er nog uit te leggen viel, was hoogstens de conclusie.

Alleen had de ander mijn hele denkproces natuurlijk niet meegemaakt.

Ik had onderweg opties geschrapt, met mensen gesproken, twijfels gehad en een paar keer van gedacht veranderd. De ander kreeg op het einde één zin. En moest daar dan mee verder.

Toen FYRCO kleiner was, kwamen we daar gemakkelijker mee weg. Je zat dichter op elkaar, ving gesprekken op en wist doorgaans wel wat er speelde. Intussen zijn er meer mensen, meer rollen en meer overdrachten. Niet iedereen zit nog aan dezelfde tafel. Gelukkig maar.

Maar het betekent wel dat je de context niet meer kunt laten meereizen op goed geluk.

Ik zie het bijvoorbeeld bij veranderingen in hoe we samenwerken. Als ik uitleg wat we gaan aanpassen, ben ik soms al drie stappen verder. Waarom we eraan begonnen, wat we overwogen hebben en waarom we iets anders niet doen, zit dan nog in mijn hoofd.

Ik herinner me dat ik vragen weleens onnodig vond. Waarom moet ik dit nog eens uitleggen? We hebben dat toch besproken?

Ja. Ik had het besproken. Alleen niet noodzakelijk met de persoon die nu aan de slag moest.

Ik begrijp nu beter waar dat misliep. Niet iedereen had dezelfde gesprekken gevoerd, dezelfde twijfels gehad of dezelfde informatie gekregen. Wat voor mij logisch leek, was voor een ander nog maar het begin.

Ik probeer daarom vaker ook de weg naar een beslissing te vertellen, in plaats van alleen waar we zijn uitgekomen. Wat was het probleem? Welke afweging hebben we gemaakt? En vooral: wat betekent het voor degene die ermee moet werken?

Geen uitgebreide presentatie voor elke kleine keuze. We hebben al genoeg documenten.

En ook geen poging om iedereen overal van te overtuigen. Een beslissing hoeft niet unaniem te zijn om goed te zijn. Maar begrijpen waarom ze genomen is, helpt wel.

Er zit nog iets in. Wanneer iemand vragen stelt, blijkt soms dat ik een stuk van mijn redenering helemaal niet zo goed heb uitgewerkt als ik dacht. Dat is vervelend. En nuttig.

Het gaat trouwens niet alleen over beslissingen. Waardering die je voelt maar niet uitspreekt. Verwachtingen die in jouw hoofd heel helder zijn. Een opmerking die voor jou onschuldig klinkt, maar bij iemand anders veel groter binnenkomt.

Dat inzicht is gaandeweg gegroeid. In een bedrijf dat groter wordt, krijg je ook meer kansen om te ontdekken wat je zelf over het hoofd ziet. Het betekent nog niet dat ik het altijd goed doe.

Als ik snel ga, sla ik nog altijd weleens stukken over. En dan hoor ik mezelf iets zeggen wat ik eigenlijk zou moeten herkennen.

‘Ik dacht dat dat duidelijk was.’

Meestal was het vooral voor mij duidelijk.