Ik heb nogal veel ideeën.

Sommige zijn goed. Andere minder. En sommige hadden beter nooit mijn hoofd verlaten.

Ik zie iets dat beter kan, stel een vraag, stuur een bericht of gooi tijdens een overleg een suggestie op tafel.

Voor mij is het een losse gedachte. Voor iemand anders kan het zomaar een nieuwe opdracht zijn.

Daar sta ik niet altijd genoeg bij stil.

Onlangs luisterde ik naar een gesprek tussen Mitch Joel en Liane Davey over haar boek Thoughtload.

Davey maakt een onderscheid tussen de hoeveelheid werk die we hebben en de mentale belasting die daarbij komt kijken.

Alles wat in je hoofd blijft zitten. Beslissingen waarop je wacht. Onduidelijke verwachtingen. Taken die ergens blijven hangen. De voortdurende onderbrekingen.

We kijken vaak naar hoeveel werk iemand heeft. Minder naar hoeveel ruimte dat werk in zijn hoofd inneemt.

Ik begon me tijdens het luisteren vooral af te vragen hoeveel van die belasting ik zelf veroorzaak.

Ik denk graag hardop. Wie met mij samenwerkt, zal dat vermoedelijk kunnen bevestigen.

Een idee dat ik tijdens een vergadering opper, is voor mij niet noodzakelijk iets dat uitgevoerd moet worden. Ik wil er gewoon even over nadenken.

Alleen zit daar een probleem.

Wanneer je als CEO iets zegt, krijgt dat vanzelf meer gewicht. Ook wanneer je dat helemaal niet zo bedoelt.

Een vraag kan als kritiek overkomen. Een suggestie als een verwachting. Een terloopse opmerking als iets dat tegen volgende week geregeld moet zijn.

Terwijl ik het soms zelf vijf minuten later alweer vergeten ben.

Niet bepaald ideaal.

Een ander inzicht van Davey bleef hangen: dead wood versus dead work.

We spreken soms over dead wood. Medewerkers die weinig bijdragen en die een organisatie eigenlijk zou kunnen missen.

Maar wat als het probleem niet bij die mensen ligt?

Wat als ze vooral bezig zijn met dead work?

Rapporten die niemand leest. Vergaderingen waar niets beslist wordt. Projecten die ooit belangrijk waren, maar waarvan niemand nog weet waarom we ze eigenlijk uitvoeren.

Mensen kunnen daar bijzonder druk mee zijn. Zelfs uitstekend werk leveren.

Alleen schiet niemand er iets mee op.

Dat vind ik een ongemakkelijke gedachte. Want wie heeft dat werk ooit bedacht, goedgekeurd of laten voortbestaan?

Juist.

Bij FYRCO besteden we veel aandacht aan hoe we werken. We proberen verantwoordelijkheden duidelijk te maken, processen te vereenvoudigen en bewuster te kiezen welke projecten we wel en niet aanpakken.

We hebben daar ondertussen een behoorlijk doordacht systeem voor opgebouwd. Van strategische keuzes tot een Project Board die bewaakt wat we daadwerkelijk oppakken.

En daarnaast bestaat er ook gewoon een lijst met dingen die we niet gaan doen.

Die is minstens even belangrijk.

Want in onze drang om alles beter te organiseren, kunnen we gemakkelijk extra werk creëren.

Nog een afspraak. Nog een overleg. Nog een proces.

Met AI kunnen we tegenwoordig bovendien in een mum van tijd nieuwe plannen, analyses en projecten uitwerken.

Fantastisch.

Tot iemand ze ook allemaal moet uitvoeren.

Ik wil niet minder ideeën hebben. Nieuwsgierigheid en de wil om dingen te verbeteren hebben ons al behoorlijk ver gebracht.

Maar ik moet beter opletten wat ik met die ideeën doe.

Niet alles wat ik bedenk, moet ik onmiddellijk delen. Niet elke vraag verdient een antwoord. En niet elk goed idee verdient een project.

Soms moet ik gewoon zelf wat langer nadenken voordat ik anderen aan het denken zet.

En misschien moeten we ons vaker afvragen of het werk dat we vandaag doen, morgen nog wel nodig is.

Want als ik wil dat mensen zelfstandig werken, verantwoordelijkheid opnemen en hun eigen prioriteiten bewaken, moet ik ze daar ook de ruimte voor geven.

Een idee is voor mij soms tien seconden denkwerk.

Voor iemand anders kan het dagen werk betekenen.

Mijn ideeën zijn niet vrijblijvend. Ook niet wanneer ik ze zelf zo bedoel.